ECLI:NL:RBZWB:2024:5762

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 augustus 2024
Publicatiedatum
20 augustus 2024
Zaaknummer
11237120 OV VERZ 24-3690 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Boom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:214 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling uiterste datum voor indienen van vorderingen door schuldeisers in nalatenschappen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 augustus 2024 een beschikking gegeven inzake het verzoek van de vereffenaar om een uiterste datum vast te stellen voor het indienen van vorderingen door schuldeisers in de nalatenschappen van twee overledenen.

De vereffenaar was benoemd bij beschikking van 22 juli 2024 en verzocht vervolgens om een termijn vast te stellen waarbinnen schuldeisers hun vorderingen kunnen indienen. De rechtbank oordeelde dat een termijn van ongeveer drie maanden voldoende is en stelde daarom 16 november 2024 als uiterste datum vast.

Daarnaast bepaalde de rechtbank dat de oproeping van schuldeisers via publicatie in de Staatscourant moet plaatsvinden, gelijktijdig met de bekendmaking van de benoeming van de vereffenaar, conform artikel 4:214 lid 1 BW Pro.

De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter Van den Boom tijdens een openbare zitting in Middelburg.

Uitkomst: De uiterste datum voor het indienen van vorderingen door schuldeisers is vastgesteld op 16 november 2024 met oproeping via de Staatscourant.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 11237120 OV VERZ 24-3690
beschikking d.d. 16 augustus 2024 op een verzoek ex artikel 4:214 lid 1 BW Pro
in de nalatenschappen van:

1.[erflater 1] ,

laatstelijk gewoond hebbend te [plaats 1] ,
overleden te [plaats 1] op 2 maart 2017,
2. [erflater 2],
laatstelijk gewoond hebbend te [plaats 1] ,
overleden te [plaats 2] op 19 april 2018,

1.Het verloop en de beoordeling

1.1
Bij beschikking van 22 juli 2024 van deze rechtbank, team Civiel recht, Cluster II Handelszaken, locatie Middelburg, is mr. [vereffenaar] , werkzaam bij [advocatenkantoor] te [plaats 1] , benoemd tot vereffenaar in de voornoemde nalatenschappen.
1.2
De kantonrechter te Middelburg heeft op 29 juli 2024 een verzoek van de vereffenaar ontvangen, waarin wordt verzocht een uiterlijke datum vast te stellen, voor welke datum de schuldeisers hun vorderingen bij de vereffenaar kunnen indienen.
1.3
De vereffenaar dient de schuldeisers der nalatenschap openlijk op te roepen hun vorderingen bij hem in te dienen. De kantonrechter gaat ervan uit dat de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschappen onverwijld na ontvangst van deze beschikking zal geschieden en is van oordeel dat een termijn van ongeveer 3 maanden voor schuldeisers voldoende is om hun vorderingen bij de vereffenaar in te dienen. De kantonrechter zal de uiterste datum waarop de vorderingen moeten zijn aangemeld daarom op 16 november 2024 bepalen.
1.4
Uit artikel 4:214 lid 1 BW Pro volgt dat de oproeping dient te geschieden op dezelfde wijze als de bekendmaking van de benoeming van de vereffenaar en zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij bovengenoemde beschikking heeft de rechtbank de vereffenaar opgedragen de benoeming bekend te maken in de Staatscourant. De oproeping van de schuldeisers zal derhalve eveneens dienen te worden gepubliceerd in de (digitale versie van de) Staatscourant.

2.De beslissing

De kantonrechter:
bepaalt dat de vereffenaar de schuldeisers via de Staatscourant dient op te roepen om hun vorderingen uiterlijk 16 november 2024 bij de vereffenaar in te dienen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 augustus 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.