Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , gevestigd te [plaats] , belanghebbende,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 20;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 30;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de helft van het griffierecht van € 182,50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden de helft van het griffierecht van € 182,50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 109,37;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 109,38;