Uitspraak
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
“Renovatieplan [adres] ”meegezonden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers verhuurden sinds 2007 een woning aan gedaagde. Eisers vorderden ontbinding van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik om renovatiewerkzaamheden uit te voeren die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk zouden zijn. Gedaagde betwistte de dringendheid en stelde dat renovatie niet noodzakelijk is en dat hij in de woning wil blijven.
De kantonrechter oordeelde dat eisers onvoldoende hebben onderbouwd dat sprake is van dringend eigen gebruik. Er is geen structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten aangetoond, mede omdat de huur lange tijd niet is geïndexeerd. Het overgelegde renovatieplan was onvoldoende concreet en niet onderbouwd, en de renovatiewerkzaamheden kunnen naar het oordeel van de rechtbank per ruimte worden uitgevoerd zonder definitieve beëindiging van de huur.
Ook de kosten en tijdsplanning van de renovatie zijn onvoldoende gespecificeerd. De dringende noodzaak van renovatie is niet aangetoond, waardoor de belangenafweging niet meer aan de orde kwam. De vorderingen tot ontbinding en ontruiming werden afgewezen. Daarnaast werden de vorderingen tot onderhoud van de tuin en verwijdering van een constructie afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Eisers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de kantonrechter Van der Lende-Mulder Smit op 21 februari 2024.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende dringend eigen gebruik.