[eisers] vordert in de dagvaarding – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat [gedaagde] jegens [eisers] voor het jaar 2023 14,5% huurindexering is verschuldigd;
II. [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] te betalen € 16.523,00 aan huurachterstand, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente en subsidiair de wettelijke rente;
III. voor recht te verklaren dat [gedaagde] de huur bij vooruitbetaling is verschuldigd en dat deze vóór of op de eerste dag van de periode waarop deze betrekking heeft volledig moet zijn voldaan;
IV. [gedaagde] te veroordelen om aan [eisers] te betalen € 2.400,00 aan verbeurde boetes, te vermeerderen met de wettelijke rente;
V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eisers] van de buitengerechtelijke kosten van € 1.030,78 en € 227,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
VI. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eisers] van € 53.038,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 20 november 2022, subsidiair vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
VII. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening.