ECLI:NL:RBZWB:2024:58
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van duurzame arbeidsongeschiktheid en recht op WIA-uitkering na arbeidsongeval
Eiser, voormalig teamleider, raakte op 31 januari 2017 betrokken bij een ernstig arbeidsongeval waarbij hij fors invaliderend letsel opliep, waaronder amputatie van het linker onderbeen en psychische klachten. Het UWV stelde in besluiten van november en december 2020 dat eiser 100% arbeidsongeschikt was, met recht op een loongerelateerde WGA-uitkering tot 1 april 2021, en daarna recht op een loongerelateerde loonaanvullingsuitkering, zonder recht op een IVA-uitkering.
Eiser betwistte dit en stelde dat hij recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank onderzocht het dossier, waaronder medische rapporten van UWV-artsen en een verzekeringsarts b&b, die concludeerden dat er geen sprake was van duurzaamheid van alle arbeidsbeperkingen. De rechtbank benoemde een deskundige om hierover advies uit te brengen, maar eiser weigerde mee te werken.
De rechtbank overwoog dat de weigering van eiser om mee te werken aan het deskundigenonderzoek niet in zijn voordeel mocht worden uitgelegd. Op basis van de beschikbare medische gegevens en het standpunt van het UWV concludeerde de rechtbank dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en daarom geen IVA-uitkering toekomt vanaf 1 april 2021.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter V.M. Schotanus op 4 januari 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; het UWV heeft terecht geen IVA-uitkering toegekend vanaf 1 april 2021.