ECLI:NL:RBZWB:2024:5805
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van den Boom
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting en opschortingsrecht in samenwerkingsovereenkomst tussen V.O.F. en B.V.
In deze civiele bodemzaak tussen V.O.F. en B.V. stond centraal of B.V. haar betalingsverplichting mocht opschorten wegens vermeende tekortkomingen van V.O.F. De rechtbank bevestigde het arrest van het hof dat V.O.F. niet verplicht was tot het verstrekken van urenverantwoordingen, waardoor B.V. geen opeisbare vordering had en haar betalingsverplichting niet mocht opschorten.
B.V. was in verzuim gebleven door facturen vanaf juli 2020 tot en met januari 2022 niet te betalen, inclusief wettelijke handelsrente. Ook de facturen vanaf februari 2022 waren voldoende bepaalbaar en moesten worden voldaan. De rechtbank wees de vordering van B.V. tot opschorting en het opleggen van een boete wegens schending van het geheimhoudingsbeding af, omdat onvoldoende bewijs daarvoor was geleverd.
Verder werden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, maar niet voor toekomstige facturen. Proceskosten werden deels toegewezen aan V.O.F. wegens het grotendeels in het ongelijk stellen van B.V. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelt B.V. tot betaling van de openstaande bedragen, rente, incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: B.V. is veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke handelsrente, incassokosten en proceskosten, terwijl haar vorderingen zijn afgewezen.