De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 juli 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin de vrouw verzocht om het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen te wijzigen in eenhoofdig gezag ten gunste van haarzelf. Tevens verzocht zij om toestemming voor geslachtsnaamwijziging van een van de minderjarigen en vervangende toestemming voor een vakantie.
De man, woonachtig in de Verenigde Staten zonder bekend adres, is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank constateert dat het contact tussen de man en de minderjarigen en tussen de ouders zeer beperkt en moeizaam is, met een langdurige periode van vrijwel geen contact. De vrouw woont in Nederland en voert de zorg voor de kinderen. De omstandigheden zijn zodanig gewijzigd dat gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is.
De rechtbank beëindigt daarom het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de vrouw. Het verzoek om vervangende toestemming voor vakantie is ingetrokken, en het verzoek tot geslachtsnaamwijziging wordt afgewezen omdat geen geschil meer bestaat over gezamenlijk gezag, waardoor toetsing op grond van artikel 1:253a BW niet mogelijk is.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van de minderjarigen bij een snelle uitvoering. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak.