ECLI:NL:RBZWB:2024:5816
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na niet tijdig beslissen door college gemeente Oisterwijk
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Nadat de rechtbank het college in een eerdere uitspraak had opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen, stelde verzoeker op 5 februari 2024 opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een tijdige beslissing. Het college nam op 9 februari 2024 alsnog een besluit.
Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van het college. Het college betwistte dat sprake was van tegemoetkomen zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellende dat het tweede beroep feitelijk een verzoek tot herziening van de eerdere uitspraak inhield. De rechtbank oordeelde echter dat het college met het alsnog nemen van het besluit aan het beroep tegemoet was gekomen, en dat het geen herzieningsverzoek betrof.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het college tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker. Tevens werd het college verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. De wegingsfactor voor de proceskosten werd vastgesteld op 0,5 vanwege de aard van het beroep, dat uitsluitend betrekking had op niet tijdig beslissen.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.E.C. Vriends op 15 augustus 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk is veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit.