In deze civiele bodemzaak vordert eiser, als bewindvoerder van de eigenaar van een Ford Ka uit 2003, dat de rechtbank verklaart dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de auto na een proefrit niet terug te brengen. De auto was te koop aangeboden voor €1.250,00. Gedaagde is onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld voor verduistering van deze auto.
Eiser stelt dat de schade gelijk is aan de vraagprijs van de auto, terwijl gedaagde betwist dat dit bedrag redelijk is en wijst op lagere marktprijzen. De rechtbank oordeelt dat de onrechtmatige daad vaststaat vanwege de strafrechtelijke veroordeling en dat de schadevergoeding moet worden vastgesteld op basis van de redelijke verkoopprijs, niet de vraagprijs.
Gezien het ontbreken van concrete marktgegevens wordt de schadevergoeding door de rechtbank vastgesteld op €1.000,00. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten van €424,50. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.