Eiseres maakt bezwaar tegen de aan vergunninghoudster verleende exploitatievergunning voor een alcoholvrije horeca-inrichting aan een adres in Tilburg. Zij stelt dat zij als erfgenaam van de voormalige exploitant betrokken had moeten worden en dat vergunninghoudster onjuiste informatie heeft verstrekt. De burgemeester heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de vergunning onder voorwaarden bevestigd.
De rechtbank toetst ex tunc en concludeert dat de vraag of de eenmanszaak rechtmatig in de B.V. is ingebracht een civielrechtelijke kwestie is die buiten deze bestuursrechtelijke procedure valt. De burgemeester heeft de aanvraag ontvankelijk verklaard en geen weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening Tilburg vastgesteld.
De belangen van eiseres kunnen geen grond vormen voor weigering van de vergunning. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de burgemeester. Eiseres krijgt haar griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter Paijmans op 22 augustus 2024.