De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 februari 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die samen met een ander betrokken was bij meerdere strafbare feiten in Bruinisse. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van inbraak in een vakantiewoning, wederrechtelijk binnendringen in een woning en verduistering van goederen uit een hotel.
Uit het bewijs, waaronder DNA-sporen van de medeverdachte in de woning, verklaringen, en het feit dat de gestolen fietsen door verdachte en medeverdachte te koop werden aangeboden, concludeerde de rechtbank dat verdachte en medeverdachte nauw samenwerkten bij de inbraak en diefstal. Verdachte heeft ook bekennende verklaringen afgelegd over de verduistering van diverse goederen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en veroordeelde haar tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werd een schadevergoeding van €500 toegekend voor immateriële schade aan een benadeelde, met hoofdelijkheid tussen verdachte en medeverdachte. Andere schadevorderingen werden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs of onderbouwing.
De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, waaronder de inbreuk op de privacy en het veiligheidsgevoel van de slachtoffers, en vond een gevangenisstraf passend en noodzakelijk. Verdachte werd vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.