Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op een bromfiets op 1 december 2021. Hij erkende de gedraging maar stelde dat het slechts een reflex van enkele seconden was en dat hij handschoenen droeg waardoor hij de telefoon niet actief gebruikte. Ook wees hij op zijn financiële situatie als student en de schrik vanwege een politieauto naast hem.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroepschrift ongegrond, maar had betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om gehoord te worden, wat in strijd is met de wettelijke hoorplicht. De kantonrechter oordeelde dat dit leidt tot vernietiging van die beslissing en matiging van de boete met 25% wegens deze schending.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, omdat de boete op 1 december 2021 werd opgelegd en de zaak pas in juli 2024 werd behandeld. Dit leidde tot een extra matiging van 25%. De boete werd daarom verminderd en het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald. Het beroep tegen de boete is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.