Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet voeren van een zichtbaar wit/geel licht aan de voorzijde en/of zichtbaar rood licht aan de achterzijde van zijn fiets op 25 januari 2023 in Tilburg. Hij stelde dat hij tijdens het fietsen een werkend achterlicht had en dat zijn voorlicht was gestolen. Daarnaast wees hij erop dat hij staande werd gehouden voor andere overtredingen waarvoor hij niet beboet werd, en dat de politieagent de overtreding van het ontbreken van het voorlicht niet zelf had geconstateerd.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging waarvoor de boete werd opgelegd wel degelijk had plaatsgevonden en erkend werd door betrokkene. Hoewel de boete terecht was, vond de rechter aanleiding tot matiging omdat betrokkene werd beboet voor een gedraging die hij zelf had opgebiecht, terwijl hij staande werd gehouden voor andere overtredingen die hij niet had begaan.
De boete werd daarom gematigd tot €30,- plus €9,- administratiekosten. Tevens werd bepaald dat het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling door de officier van justitie aan betrokkene moet worden terugbetaald. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete wegens ontbreken van fietsverlichting is gematigd tot €30,- en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.