Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[getuige 2] : Omg
[slachtoffer 1] : . [getuige 2]
[getuige 2] : Jaaaaa
[slachtoffer 1] zou je echt zijn paartje nog is wille zijn
[getuige 2] : Jot
[slachtoffer 1] : Maar ik ben echt tf bang met [verdachte]
[getuige 2] : Hzo mop
[slachtoffer 1] : Ja hij is allemaal zo aan mijn lichaam
[getuige 2] : Wtf?
[slachtoffer 1] Oki nou kijk als het aan [verdachte] ligt ben ik binnen kort geneukt door hem. Echt engggg
[getuige 2] : Wtff
Oki, kijk [verdachte] probeer veel meer dan vingeren”. [slachtoffer 1] heeft in dit gesprek aangegeven dat zij er niets aan kon doen, maar dat zij geen aangifte durft te doen. Zij is bang voor de pijn. Zij is bang dat zij nog een keer wordt verkracht (“
mij verkracht nog een keer mij schopen mij kil dicht knijpen”). Zij is bang voor hem, “
Dat weet ik maar ik ben bang voor hem”. Zij wil geen problemen. Zij zou niet worden geloofd.
stop met [verdachte] lastig vallen”en “
[verdachte] heeft mij NIET verkracht”. Ook aan haar moeder schrijft zij dan dat verdachte nooit iets heeft gedaan wat ze niet wilde en dat [verdachte] haar niet heeft kunnen verkrachten. Ook spreekt zij over een telefoon die gehackt zou zijn. In het dossier is echter voor de verklaring van [slachtoffer 1] en verdachte dat zij een liefdesrelatie hebben gehad geen enkele aanwijzing aanwezig. In de telefoons die onderzocht zijn is geen enkel bericht dat duidt op een verliefdheid aanwezig. Tot 6 april 2023 spreekt [slachtoffer 1] met haar vriendinnen alleen over angst, pijn en verkrachting in relatie tot verdachte.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- meewerkt aan zijn plaatsing en behandeling bij [GGZ-instelling] of een soortgelijke instelling, zo lang deze zijn geïndiceerd;
- een dagbesteding behoudt;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening, als de jeugdreclassering deze nodig acht;
- zich gedurende een door Jeugdbescherming Brabant, locatie [plaats] , afdeling Jeugdreclassering, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd)
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- meewerkt aan zijn plaatsing en behandeling bij [GGZ-instelling] , zo lang deze zijn geïndiceerd;
- een dagbesteding behoudt;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening, als de jeugdreclassering deze nodig acht;
- zich gedurende een door Jeugdbescherming Brabant, locatie [plaats] , afdeling Jeugdreclassering, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd)
- meewerkt aan zijn plaatsing en behandeling bij [GGZ-instelling] of een soortgelijke instelling, zo lang deze zijn geïndiceerd;
- een dagbesteding behoudt;
- meewerkt aan aanvullende hulpverlening, als de jeugdreclassering deze nodig acht;
- zich gedurende een door Jeugdbescherming Brabant, locatie [plaats] , afdeling Jeugdreclassering, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd)
7.Het beslag
8.De vordering benadeelde partij
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een jeugddetentie van 94 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een werkstraf van 60 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
30 dagen;