Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op een voetgangerszone op de Stationspassage te Tilburg op 5 augustus 2022. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de verbodsborden niet duidelijk waren aangegeven. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd, gezien de duidelijke bebording bij het station. Wel werd vastgesteld dat betrokkene niet is gehoord door de officier van justitie, wat een wettelijke hoorplicht schendt. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Vanwege deze structurele schending van de hoorplicht matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheid door de officier van justitie worden terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete aangepast.