Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad van de Nieuwlandstraat te Tilburg op 21 juni 2022. Betrokkene voerde aan dat de verkeerssituatie onduidelijk was door gewijzigde bebording en drukte, mede door afwezigheid vanwege de coronacrisis. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd.
De kantonrechter verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat vanaf 3 november 2021 de bebording voldoende duidelijk is. De inhoudelijke bezwaren van betrokkene worden verworpen. Wel is vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing en matiging van de boete met 25%.
Daarnaast is de redelijke termijn van behandeling met vijftien dagen overschreden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigt. De boete wordt daarom gematigd tot € 84,38 plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid wordt terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.