Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Gilze op 2 februari 2022. Betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat er geen bewijs was dat hij een mobiel apparaat vasthield. Ook stelde hij dat de verbalisant onvoldoende had gecontroleerd en dat de ramen van het voertuig geblindeerd waren, waardoor observatie moeilijk was.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De zaak werd aangehouden om een aanvullend proces-verbaal te overleggen, maar dit werd niet tijdig ingediend. De kantonrechter weigerde het late proces-verbaal toe te voegen aan het dossier.
Gelet op de aangevoerde feiten en het ontbreken van voldoende bewijs achtte de kantonrechter de gedraging niet vastgesteld en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De bestreden beslissing werd vernietigd en het betaalde bedrag aan zekerheidstelling werd terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs.