Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een bromfiets die de maximale constructiesnelheid met maximaal 10 km/u overschreed op 7 september 2022 te Tilburg. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde dat de officier van justitie niet tijdig had beslist, waardoor het beroep gegrond verklaard moest worden.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd. Hoewel de officier van justitie de beslistermijn heeft overschreden, betreft het hier een termijn van orde waarop betrokkene zich niet kan beroepen. De overschrijding heeft geen rechtsgevolgen.
Daarom verklaart de kantonrechter het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde boete. De uitspraak is op 30 juli 2024 in het openbaar gedaan en tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.