ECLI:NL:RBZWB:2024:59
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering te beëindigen per 21 juli 2022, omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de medische beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld.
De medische beoordeling door een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat eiseres beperkingen heeft zoals persisterende positionele perceptieduizeligheid, rugklachten en een angststoornis, maar dat zij niet geschikt is voor zwaar fysieke arbeid en snelle hoofdbewegingen moet vermijden. De verzekeringsarts b&b vond geen aanleiding om de beperkingen verder aan te passen. Eiseres stelde dat haar beperkingen onderschat waren, onder meer vanwege geobjectiveerde duizeligheidsklachten uit haar patiëntendossier, maar de rechtbank vond dat deze informatie onvoldoende aanleiding gaf om het medisch oordeel te wijzigen.
De arbeidsdeskundige b&b stelde dat eiseres geschikt was voor bepaalde functies die gebruikt zijn om de mate van arbeidsongeschiktheid te berekenen. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat deze functies ongeschikt waren. Op basis van de vastgestelde belastbaarheid en de gekozen functies concludeerde het UWV dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor het recht op ZW-uitkering vervalt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.