Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
onderhavigverzoek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt geboren in 1947, die vermoedelijk lijdt aan de ziekte van Alzheimer. De cliënt verzet zich tegen de voortzetting en stelt dat zij geen dementie heeft en naar huis wil.
Tijdens de mondelinge behandeling werden de cliënt, haar advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, de mentor en een verzorgende gehoord. De specialist constateerde neurocognitieve stoornissen en een sterk vermoeden van Alzheimer, met een risico op ernstig lichamelijk letsel en zelfverwaarlozing. De mentor en verzorgende bevestigden de erbarmelijke thuissituatie en het gebrek aan zelfzorg.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing, en dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk is. De machtiging wordt verleend voor zes weken, tot en met 19 september 2024. Een gelijktijdig verzoek tot rechterlijke machtiging voor opname werd afgewezen.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.