Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
(vgl. ECLI:NL:RB:ZWB:2022:5689).Daarnaast is betoogd dat de gesprekken tussen verdachte en medewerkers bij de GGZ, over aangeefster, noodzakelijk gevoerd moesten worden vanuit het behandelperspectief dat vooropgestaan heeft. Er is verzocht om verdachte integraal vrij te spreken wegens onvoldoende wettig bewijs.
- die [aangeefster] meermalen te bellen en/of het werk van die [aangeefster] te bellen en/of
- veelvuldig brieven en/of e-mailberichten naar het werk van die [aangeefster] en/of via collega’s van die [aangeefster] te sturen met daarin teksten over die [aangeefster] en/of brieven en/of e-mailberichten achter te laten en/of af te geven voor die [aangeefster] (en daarin kennis te zetten over haar nieuwe woning in een andere stad en/of over de relatie die hij met haar zou hebben) en/of
- vriendschapsverzoek via Facebook naar die [aangeefster] te sturen en/of
- cadeautjes achter te laten bij het werk van die [aangeefster] en/of bij collega’s van die [aangeefster] gericht aan die [aangeefster] en/of
- meermalen fysiek contact met die [aangeefster] te zoeken door haar op te zoeken op het werk en/of specifiek naar haar te vragen en/of
- meermalen te reageren op berichten op Linkedin die gericht waren aan die [aangeefster] en/of
- contact te zoeken met een oud klasgenoot van die [aangeefster] en te vertellen dat hij, verdachte, en die [aangeefster] een relatie hadden,
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
Belaging;
een taakstraf van 70 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
35 dagen;
een gevangenisstraf van één maand geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: