Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis gecombineerd met middelengebruik.
Betrokkene was klinisch opgenomen na een crisissituatie waarbij zij suïcidepogingen overwoog onder invloed van stemmen. Tijdens de zitting bleek dat betrokkene sinds opname nauwelijks contact maakte en wantrouwend was, maar dat er geen sprake meer was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel zoals bij opname.
De psychiater en verpleegkundige gaven aan dat betrokkene in de GGz-instelling meer spanning ervaart dan thuis. Betrokkene en haar partner gaven aan dat thuis rust en regelmaat mogelijk zijn, met ondersteuning van ambulante zorg en de partner.
De advocaat betoogde dat de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel niet meer aanwezig zijn en verzocht om afwijzing van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de klinische opname niet langer het meest geschikte middel is en dat de situatie geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel oplevert. Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.