Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 augustus 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, die sinds 19 augustus 2024 onder een dergelijke maatregel viel.
Betrokkene vertoonde gedragingen die samenhingen met een psychotische toestand veroorzaakt door middelengebruik, waaronder fysiek agressief gedrag en overlast in het openbaar. Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat, en werd een verpleegkundig specialist gehoord die stelde dat voortzetting van de maatregel niet noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er in het verleden sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, op basis van de actuele informatie onvoldoende aannemelijk is dat dit nog steeds het geval is. De verpleegkundig specialist gaf aan dat het psychotisch toestandsbeeld bij betrokkene afneemt zodra de middelen uitgewerkt zijn, wat nu ook vermoed wordt.
Daarom concludeerde de rechtbank dat niet aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel wordt voldaan en wees het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.