Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 augustus 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1979. De crisismaatregel was oorspronkelijk opgelegd op 19 augustus 2024 en betreft verplichte zorg vanwege een acute crisissituatie.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een verpleegkundige gehoord. Betrokkene gaf aan dat het beter gaat, maar wenst drugsgebruik voort te zetten en verzet zich tegen verplichte zorg. De behandelaar rapporteerde een onrustige toestand, vermoedelijk door middelengebruik en een mogelijk maniform toestandsbeeld, met agressie en achterdocht.
De rechtbank oordeelde dat voldoende bewijs bestaat voor het vermoeden van meerdere psychische stoornissen en dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, insluiting en toezicht, is noodzakelijk, evenredig en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend tot en met 11 september 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 11 september 2024 met verplichte zorgmaatregelen.