Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt, geboren in 1962, die momenteel verblijft in een zorgaccommodatie. De cliënt werd eerder opgenomen na een val en vermoedelijke diagnose van het syndroom van Korsakov, met ernstige cognitieve achteruitgang en geheugenhiaten.
Tijdens de mondelinge behandeling op 21 augustus 2024 werden de cliënt, zijn advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, zijn dochter en een assistent locatiemanager gehoord. De cliënt gaf aan het verblijf niet wenselijk te vinden en wilde terug naar huis, terwijl de specialist en dochter stelden dat de cliënt ernstig verzwakt is, dwaalgedrag vertoont, fors gewicht verloor en niet meer zelfstandig kan functioneren.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing en psychische schade, veroorzaakt door het cognitieve tekort door vermoedelijk Korsakov. Gezien de noodzaak van 24-uurs zorg en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, werd de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor zes weken, tot 2 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken tot 2 oktober 2024.