In deze civiele bodemzaak stond centraal of de opzegging van een duurovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] rechtsgeldig was. De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd en oordeelde dat geen zwaarwegende grond voor opzegging nodig was, mits een redelijke opzegtermijn werd gehanteerd.
De feiten toonden aan dat partijen sinds januari 2022 een handelsrelatie hadden waarbij [eiseres] de producten van [gedaagde] via webshops verkocht. Hoewel [gedaagde] stelde dat het slechts losse koopovereenkomsten betrof, concludeerde de rechtbank dat sprake was van een duurovereenkomst op basis van de regelmatige bestellingen, afspraken over prijzen en dropshipment.
De rechtbank overwoog dat [eiseres] niet substantieel afhankelijk was van [gedaagde], noch exclusief afnam, en dat investeringen van [eiseres] in eigen magazijn en personeel niet alleen voor deze producten waren. Daarom was geen zwaarwegende grond voor opzegging vereist. Wel was een opzegtermijn van zes maanden passend, welke door [gedaagde] werd gehanteerd. De vorderingen van [eiseres] tot nietigheid van de opzegging en schadevergoeding werden afgewezen. [eiseres] werd veroordeeld in de proceskosten.