ECLI:NL:RBZWB:2024:5990
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring Woo-verzoeken door rechtbank afgewezen
Opposant diende verzet in tegen de uitspraak van de rechtbank van 14 mei 2024, waarin zijn beroepen tegen het niet tijdig beslissen op Woo-verzoeken van 5 en 15 mei 2023 kennelijk niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat het Woo-verzoek van 5 mei 2023 geen aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was, waardoor geen wettelijke beslistermijn was gestart. Voor het verzoek van 15 mei 2023 was inmiddels alsnog een besluit genomen, waardoor geen belang meer bestond bij inhoudelijke beoordeling.
De rechtbank heeft het verzet beoordeeld zonder zitting, aangezien opposant geen zitting had verzocht en het oordeel buiten redelijke twijfel stond. Opposant voerde geen nieuwe gronden aan die het eerdere oordeel konden weerleggen. Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en behield de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen haar stand.
Als gevolg hiervan vindt geen inhoudelijke beoordeling van de Woo-verzoeken plaats, wordt het griffierecht niet teruggegeven en worden proceskosten niet vergoed. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen blijft gehandhaafd.