ECLI:NL:RBZWB:2024:5992

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
24/5402
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:1 AwbArt. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in bestuursrechtelijke beroepsprocedure tegen woningcorporatie en incassobureau

Eiser heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen Beveland Wonen en AGIN gerechtsdeurwaarders/incassospecialisten vanwege problemen met betrekking tot zijn woning en de overdracht van klantgegevens.

De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat zij kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen. De rechtbank overweegt dat een bestuursrechtelijk beroep alleen mogelijk is tegen een besluit van een bestuursorgaan, zoals omschreven in artikel 1:3 Awb Pro.

In deze zaak is geen sprake van een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt en publiekrechtelijke rechtsgevolgen heeft. De brief van 21 juni 2024 waarin werd gesteld dat de rechtbank bevoegd is, was per abuis. De rechtbank kan het beroep niet doorzenden naar de civiele rechter omdat een civiele procedure op een andere wijze moet worden ingeleid.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd en wijst het beroep af. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5402

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2024 in de zaak van

[eiser], uit [plaats], eiser

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld bij de rechtbank omdat hij problemen heeft met Beveland Wonen en AGIN gerechtsdeurwaarders / incassospecialisten (AGIN) met betrekking tot de woning van eiser.

Overwegingen

Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom zij onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen.
Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van Pro de Awb.
In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Eiser heeft beroep ingesteld omdat het naar zijn mening niet toegestaan is om de gegevens van het automatische banksysteem van de woningcorporatie en klantgegevens van de woningcorporatie over te dragen aan een bedrijf van incassobureaus. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht genomen door Beveland Wonen of AGIN. Er zijn geen brieven waarin wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het aannemen van een besluit. Er is geen publiekrechtelijke rechtshandeling van een bestuursorgaan geweest die publiekrechtelijke rechtsgevolgen heeft.
Hoewel per abuis in de brief van 21 juni 2024 van de rechtbank staat dat het cluster bestuursrecht van de rechtbank bevoegd is uw beroepsschrift te behandelen, is dit niet het geval. De rechtbank is onbevoegd om van het beroepschrift kennis te nemen.
De rechtbank kan het ingestelde beroep niet eenvoudigweg doorzenden aan de civiele rechter omdat een procedure bij de civiele rechter op een andere wijze wordt ingeleid; namelijk met een dagvaarding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.G.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. E.M.A. Vissers-van Es griffier, op 27 augustus en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.