ECLI:NL:RBZWB:2024:6049
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning gedeeltelijk agrarische grond correct vastgesteld op €905.000
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning met een perceel bestaande uit twee delen: woonbestemming en agrarische bestemming. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op €949.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €899.000 bepleitte. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen de waardebeschikking en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) over 2021.
De kern van het geschil betrof de waardering van de agrarische grond. De heffingsambtenaar gebruikte de grondstaffel voor woonbestemming (€223 per m²) voor het gehele perceel, terwijl belanghebbende stelde dat de agrarische grond slechts €8 per m² waard was vanwege de beperkingen uit het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat het feitelijk gebruik in strijd met het bestemmingsplan geen invloed mag hebben op de WOZ-waarde, tenzij er sprake is van gedoogbeleid, wat hier niet het geval was.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar het waardedrukkende effect van de agrarische bestemming onvoldoende had meegewogen, maar ook dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde zo laag was als €8 per m². Daarom stelde de rechtbank de waarde van de agrarische grond schattenderwijs vast op €20 per m² en de totale WOZ-waarde op €905.000.
Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd, en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €905.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.