ECLI:NL:RBZWB:2024:6069
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens wijziging woonplaats
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering van de gemeente Tilburg sinds februari 2024. Zij verbleef sinds eind maart 2024 feitelijk op haar boot in een andere gemeente en niet meer in haar woning in Tilburg, die van haar vader is en te koop staat. Het college trok haar bijstandsuitkering per 1 juli 2024 in omdat haar woonplaats niet langer Tilburg was.
Verzoekster stelde dat zij haar woonstede niet had prijsgegeven en dat zij vanwege de situatie van haar vader en gebrek aan middelen niet kon terugkeren. Zij voerde ook aan dat het college het besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat hoor en wederhoor ontbrak. Tevens beriep zij zich op een noodsituatie op grond van de Participatiewet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster feitelijk haar hoofdverblijf op de boot had en dat dit geen tijdelijke situatie meer was. Het college had terecht de bijstand ingetrokken. Er was geen sprake van een noodsituatie die bijstand zou rechtvaardigen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering is afgewezen.