Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[verdachte]’ en ontvanger ‘
[naam]’. Uit die berichten blijkt dat de verzender ervan wist dat er illegale goederen zouden worden gaan vervoerd. Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] die Snapchatberichten heeft verstuurd, omdat hij geen telefoon bij zich had en daarom van haar telefoon gebruik maakte.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;