ECLI:NL:RBZWB:2024:6075

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 augustus 2024
Publicatiedatum
29 augustus 2024
Zaaknummer
RK 24-015015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift inzake beslag op gegevensdragers

Op 18 juni 2024 diende klager een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag op zes telefoons en een tablet, welke op 22 februari 2024 onder klager in beslag waren genomen. De behandeling van het klaagschrift vond plaats op 15 augustus 2024, gelijktijdig met de hoofdzaak. De raadsman van klager gaf aan dat het klaagschrift was ingediend om vernietiging van de gegevensdragers te voorkomen, terwijl de officier van justitie stelde dat de rechtbank in de hoofdzaak over het beslag zou beslissen.

De raadkamer oordeelde dat zij bevoegd was het klaagschrift te behandelen en dat het tijdig was ingediend. Echter, omdat de rechtbank in de hoofdzaak reeds een beslissing over het beslag had genomen, ontbrak het klager aan belang bij verdere behandeling van het klaagschrift.

Daarom verklaarde de rechtbank klager niet-ontvankelijk in het klaagschrift. Deze beslissing werd op 29 augustus 2024 uitgesproken door de raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het klaagschrift wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-062927-24
rk.nummer: 24-015015
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:
[klaagster]
geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ([land])
thans gedetineerd te PI Middelburg, Torentijdweg 1, 4337 PE Middelburg

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 18 juni 2024 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94, waaruit blijkt dat op 22 februari 2024 onder klager zes telefoons en een tablet in beslag zijn genomen (hierna: de gegevensdragers);
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 15 augustus 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. E.H. Smale, klager en mr. G.J. Woodrow als advocaat van klager gehoord. Gelijktijdig met de behandeling van het klaagschrift heeft ook de behandeling van de hoofdzaak plaatsgevonden.
In raadkamer heeft de raadsman aangevoerd dat het klaagschrift met name is ingediend om de vernietiging van de gegevensdragers te voorkomen. Klager begrijpt dat de rechtbank in de hoofdzaak zal beslissen over het beslag.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank in de hoofdzaak een beslissing over het beslag kan nemen.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend. De rechtbank heeft echter in de hoofdzaak al een beslissing over het beslag genomen. Om die reden heeft klager geen belang meer bij de behandeling van het klaagschrift. De rechtbank verklaart klager daarom niet-ontvankelijk in het beklag.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 29 augustus 2024 genomen door mr. E.G.F. Vliegenberg, voorzitter, en
mr. R.J.H. Goossens en mr. M.A.E. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 29 augustus 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).