ECLI:NL:RBZWB:2024:6076

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 augustus 2024
Publicatiedatum
29 augustus 2024
Zaaknummer
C/02/423825/ KG ZA 24-308 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 117 RvArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot betaling van geldvordering met wettelijke rente

Eiseres, MAES LAW B.V., vordert in kort geding betaling van een geldbedrag van €43.984,80 vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 15 maart 2024. Gedaagde, SR8 OFFSHORE LIMITED, verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend.

De voorzieningenrechter beoordeelt het spoedeisend belang van eiseres, die stelt dat het gevorderde bedrag deels betalingen betreft die zij namens gedaagde aan derden heeft gedaan en dat het een aanzienlijk deel van haar maandomzet betreft, wat haar cashflow ernstig beïnvloedt. Dit belang wordt voldoende onderbouwd.

De vordering wordt niet ongegrond of onrechtmatig bevonden en daarom toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de wettelijke handelsrente en de proceskosten, die zijn vastgesteld op €4.301,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en er is een extra verhaalsbeding opgenomen bij niet-betaling.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €43.984,80 plus wettelijke handelsrente en proceskosten, verstek verleend.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Locatie Breda
Cluster II Handelszaken
zaaknummer / rolnummer: C/02/ 423825 / KG ZA 24-308
Vonnis in kort geding van 15 augustus 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidMAES LAW B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Breda aan de Princenhagelaan 7a,
e i s e r e s,
advocaat mr. Y. Koudstaal,
en
de naamloze vennootschap SR8 OFFSHORE LIMITED,
gevestigd te Unit 4 Fairfield Business Park Longsight Road, Clayton Le Dale,
Blackburn, England, BB2 7 JA,
g e d a a g d e,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 15 juli 2024 met producties,
  • de mondelinge behandeling op 14 augustus 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.IPR

2.1.
De voorzieningenrechter is op grond van artikel 9.4. van de algemene voorwaarden bevoegd. Op grond van artikel 10.8. van de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing.

3.Het geschil

3.1.
Eiseres vordert als voorlopige voorziening:
1. gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 43.984,80 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 15 maart 2024 tot en met de dag der algehele voldoening;
3. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.

4.De beoordeling

4.1.
De wettelijke termijn voor dagvaarden is overeenkomstig het bepaalde in artikel 117 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op mondelinge last van de voorzieningenrechter verkort. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet (Rv) en het Haags Betekeningsverdrag van 15 november 1965 voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek wordt verleend.
4.2.
De voorzieningenrechter dient in deze procedure te beoordelen of eiseres een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening. Eiseres heeft tijdens de mondelinge behandeling in dit verband gesteld dat het gevorderde bedrag gedeeltelijk betrekking heeft op betalingen die zij ten behoeve van gedaagde aan derden heeft gedaan en dat de vordering een aanzienlijk deel van de maandomzet van eiseres betreft en daardoor grote invloed heeft op de cashflow. Eiseres heeft hiermee het spoedeisend belang voldoende onderbouwd.
4.3.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen
4.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiseres als volgt vastgesteld:
− dagvaarding € 127,22
− griffierecht € 2.889,00
− salaris advocaat € 1.107,00
− nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.301,22

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verleent ten aanzien van gedaagde verstek,
5.2.
veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen een bedrag van € 43.984,80 (zegge: drieënveertigduizend negenhonderdvierentachtig euro en tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ad 6:119a BW vanaf 15 maart 2024 tot en met de dag der algehele voldoening,
5.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 4.301,22 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. Van den Heuvel, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 15 augustus 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.