Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat hij geen parkeerbelasting had voldaan terwijl zijn auto geparkeerd stond aan het Stationsplein te Breda op 22 juli 2023. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag van €55,05.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank stelde vast dat het parkeerterrein duidelijk was aangewezen als betaald parkeergebied en dat er zoneborden aanwezig waren die de parkeerbelasting kenbaar maakten. Belanghebbende stelde dat hij deze borden en parkeerautomaten niet had gezien, maar de rechtbank oordeelde dat van een weggebruiker mag worden verwacht dat hij zich vooraf informeert over het parkeerregime en dat hij voldoende inspanningen moet verrichten om borden of automaten te vinden.
Omdat belanghebbende dit niet had gedaan en het bord aan het begin van de parkeerzone niet had gezien, concludeerde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag bleef gehandhaafd.