ECLI:NL:RBZWB:2024:6101
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming door Sociale Verzekeringsbank
Verzoekster maakte bezwaar tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin een verhoging van het bedrag dat maandelijks op haar uitkering werd ingehouden, werd gehandhaafd. Na een tussenuitspraak van de rechtbank waarin een gebrek in de beslissing werd vastgesteld, nam de SVB een nieuwe beslissing op bezwaar waarin zij het ingehouden bedrag beperkte conform het verzoek van verzoekster. Hierdoor trok verzoekster haar beroep in.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om proceskostenvergoeding na intrekking van het beroep. Omdat de SVB geheel of gedeeltelijk aan verzoekster was tegemoetgekomen, wees de rechtbank het verzoek toe en veroordeelde de SVB tot betaling van proceskosten van in totaal € 1.773,86, bestaande uit vaste bedragen per proceshandeling en reiskosten.
De rechtbank wees er tevens op dat de SVB verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Deze uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 augustus 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Sociale Verzekeringsbank tot betaling van € 1.773,86 aan proceskosten aan verzoekster.