ECLI:NL:RBZWB:2024:612
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslagen inkomstenbelasting en verzuimboete na niet tijdige aangifte 2018
Belanghebbende was vennoot van een VOF en werd in 2019 aangehouden op verdenking van valsheid in geschrift, oplichting en witwassen. De inspecteur legde voor 2018 aanslagen IB/PVV en Zvw op, gebaseerd op een politieproces-verbaal met onverklaarbare inkomsten en uitgaven die aan belanghebbende werden toegerekend.
Belanghebbende diende de aangifte IB/PVV 2018 niet tijdig in, ondanks uitstel, herinneringen en aanmaningen. De inspecteur legde daarom een verzuimboete op. De rechtbank oordeelt dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard is vanwege het niet indienen van de vereiste aangifte.
De rechtbank acht de schatting van de inspecteur, gebaseerd op concrete facturen en verklaringen, niet onredelijk. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de aanslagen te hoog zijn. Ook de boete is terecht en passend opgelegd.
Er is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met circa drie maanden, maar gezien de boetegrootte is de verdragsschending voldoende gecompenseerd. De beroepen worden ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen en verzuimboete worden ongegrond verklaard en blijven in stand.