De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een voorwaardelijke machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarig meisje met een belast verleden en ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen. Het meisje vertoont zorgwekkend gedrag, waaronder veelvuldig weglopen, waardoor noodzakelijke trauma- en hechtingsbehandelingen niet van de grond komen.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij het meisje, haar advocaat, de vader en de vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren, werd het verzoek gehandhaafd. Het meisje staat achter het verzoek en ziet de machtiging als een laatste kans om gesloten plaatsing te voorkomen. De vader verzet zich tegen de machtiging en pleit voor plaatsing in een gezinshuis, omdat hij de maatregel te zwaar vindt.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke vereisten voor een voorwaardelijke machtiging zijn vervuld. De gesloten machtiging wordt gezien als een noodzakelijk laatste redmiddel om de ontwikkeling van het meisje naar volwassenheid te bevorderen en haar te beschermen tegen onttrekking aan de hulp. De machtiging geldt voor zes maanden en bevat voorwaarden die als stok achter de deur dienen om gedragsverandering te stimuleren.
De beslissing is op 1 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 15 augustus 2024. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.