De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 augustus 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de moeder verzocht om het eenhoofdig gezag over haar minderjarige kind toe te kennen. De vader is niet betrokken bij de opvoeding en verzorging van het kind en vertoont een respectloze houding tegenover zowel de moeder als het kind. De moeder neemt feitelijk alle beslissingen en verzorgt het kind alleen.
De vader is meerdere keren opgeroepen voor de mondelinge behandeling maar is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend. Uit de overgelegde WhatsApp-gesprekken blijkt dat de vader geen verantwoordelijkheid wil dragen en de communicatie tussen partijen zeer verstoord is. Er is geen vaste zorgregeling en het contact tussen vader en kind is beperkt en onregelmatig.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het verzoek van de moeder toe te wijzen vanwege het belang van het kind en de onaanvaardbare risico's bij voortzetting van het gezamenlijk gezag. De rechtbank oordeelt dat de gewijzigde omstandigheden en het belang van het kind een eenhoofdig gezag aan de moeder rechtvaardigen. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de ontwikkeling van het kind niet te schaden.