ECLI:NL:RBZWB:2024:6143
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde van gemeentelijk monument woning te Goirle
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning in Goirle die als gemeentelijk monument is aangewezen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde op 1 januari 2022 vast op €822.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar €778.000. Belanghebbende betwistte deze waarde en voerde onder meer aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde staat van de woning en de monumentenstatus.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen en concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in bouwjaar, oppervlakte en kwaliteit. De door belanghebbende aangevoerde bouwkundige staat en het bouwkundig rapport waren onvoldoende om een hogere correctie te rechtvaardigen.
Ook de bewering dat het gebruiksoppervlak onjuist was berekend werd niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de taxateur uitging van betrouwbare basisgegevens en dat de heffingsambtenaar de bewijslast had voldaan. De gemeentelijke monumentenstatus werd niet als waardedrukkend erkend omdat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank handhaafde daarom de WOZ-waarde van €778.000 en de aanslag OZB voor 2023. Wel adviseerde de rechtbank de heffingsambtenaar om de woning ter plaatse te laten opnemen voor toekomstige waardebepalingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €778.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.