ECLI:NL:RBZWB:2024:6144
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in Goirle
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, vastgesteld op € 986.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar € 934.000. Hij voerde aan dat een onafhankelijke makelaar de waarde op circa € 810.000 had vastgesteld en dat een akte van verdeling een waarde van € 860.000 vermeldde.
De rechtbank oordeelde dat de taxatie van de makelaar onvoldoende onderbouwd was, omdat deze niet inzichtelijk had gemaakt hoe de waarde was bepaald. Ook de waarde in de akte van verdeling werd niet als waarde in het economische verkeer erkend, omdat deze niet op objectieve gronden was vastgesteld.
De heffingsambtenaar had de waarde gebaseerd op de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar waren en binnen een jaar van de waardepeildatum waren verkocht. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, bleef de WOZ-waarde gehandhaafd en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 934.000 blijft gehandhaafd.