ECLI:NL:RBZWB:2024:6145
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB 2023
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1997 met een perceel van 5901 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €1.822.000, na bezwaar verlaagd naar €1.766.000. Belanghebbende betwistte deze waarde en voerde aan dat de gebruikte referentiewoningen niet representatief waren en dat de waardering van de wellness faciliteiten onvoldoende rekening hield met de hoge energiekosten en beperkingen.
De rechtbank beoordeelde de gebruikte vergelijkingsmethode en concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe rekening was gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen. De taxateur had een waarderapport opgesteld met vergelijkingen en correcties, waaronder een 13% correctie voor de wellness faciliteiten. De woningen die belanghebbende wilde meenemen in de vergelijking waren niet beter geschikt gebleken.
De rechtbank vond geen aanleiding om de waarde lager vast te stellen en wees het beroep af. De aanslag watersysteemheffing gebouwd bleef buiten beschouwing omdat daartegen geen gronden waren aangevoerd. Het griffierecht wordt niet vergoed en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €1.766.000 gehandhaafd.