ECLI:NL:RBZWB:2024:6201
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen invordering en inbeslagname voertuig
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de teruggave van een inbeslaggenomen bedrijfsauto met aanhangwagen, die door de ontvanger van de Belastingdienst openbaar verkocht dreigt te worden vanwege een belastingschuld van ruim € 11.000.
De voorzieningenrechter stelt dat voor het treffen van een voorlopige voorziening vereist is dat er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is tegen het onderliggende besluit (connexiteit). Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat een dergelijke procedure loopt of over welke belastingaanslagen het gaat. Hierdoor is het verzoek niet-ontvankelijk.
Daarnaast overweegt de voorzieningenrechter dat de belastingrechter in beginsel niet bevoegd is om te oordelen over besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, waaronder ook de tenuitvoerlegging van een dwangbevel valt. Dit betekent dat zelfs als connexiteit zou zijn voldaan, de voorzieningenrechter onbevoegd zou zijn om het verzoek te behandelen.
De voorzieningenrechter verklaart daarom het verzoek niet-ontvankelijk en wijst het af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen inbeslagname en dwangbevel is niet-ontvankelijk verklaard.