Uitspraak
[advocatenkantoor],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft werkzaamheden verricht voor gedaagde en facturen gestuurd ter waarde van €14.131,19. Gedaagde heeft slechts een deel betaald, waardoor een bedrag van €9.531,19 onbetaald bleef. Eiser vordert betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente en incassokosten.
Gedaagde betwist de vordering deels, stellende dat niet voor alle werkzaamheden opdracht is gegeven en dat de facturen onvoldoende gespecificeerd zijn. De kantonrechter oordeelt dat uit correspondentie en overleg blijkt dat eiser ook werkzaamheden voor andere geschillen heeft verricht en dat gedaagde deze niet betwistte bij ontvangst van de facturen.
De rechter wijst het verweer van gedaagde af en veroordeelt hem tot betaling van het openstaande bedrag, de wettelijke handelsrente vanaf 19 oktober 2021, buitengerechtelijke incassokosten van €851,56 met rente vanaf de dagvaarding, en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.