ECLI:NL:RBZWB:2024:6233
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde postzegelhandel
Eiser ontvangt sinds 1997 een bijstandsuitkering en werd door het college onderzocht na een signaal over mogelijke vermogensoverschrijding. Uit onderzoek bleek dat eiser inkomsten ontving uit de handel in frankeergeldige postzegels en de verkoop van zijn postzegelverzameling, zonder dit te melden aan het college, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
Het college trok de bijstandsuitkering over de periode van 1 januari 2020 tot en met 30 september 2022 in en herzag de uitkering over oktober 2022. Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat de postzegelhandel hobbymatig was en dat de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig waren, mede vanwege zijn medische omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte en dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden. Eiser slaagde er niet in met concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen dat hij recht had op bijstand gedurende de betreffende periode. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd afgewezen omdat het besluit gebonden was en geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en herziening van de bijstandsuitkering blijft in stand.