ECLI:NL:RBZWB:2024:6237

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 september 2024
Publicatiedatum
6 september 2024
Zaaknummer
11194334 \ VV EXPL 24-62 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Sierkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:230 BWArt. 7:231 BWArt. 7:258 BWOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot ontruiming woning wegens onvoldoende spoedeisend belang

De zaak betreft een kort geding tussen Stichting Tiwos en de bewindvoerder van een huurder, waarbij Tiwos vordert dat de woning wordt ontruimd vanwege de vondst van een grote hoeveelheid harddrugs in de woning.

De rechtbank overweegt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegewezen als aannemelijk is dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en er een spoedeisend belang bestaat. De aangetroffen hoeveelheid drugs is niet doorslaggevend zonder bijkomende omstandigheden zoals overlast of het voortduren van drugshandel, die hier niet zijn gebleken.

Daarnaast is het besluit van de burgemeester tot sluiting van de woning nog niet genomen, waardoor dat argument niet spoedeisend is. De rechtbank houdt ook rekening met de kwetsbare situatie van de huurder, die onder bewind staat en mogelijk niet volledig verantwoordelijk kan worden gehouden voor de drugs in haar woning, omdat zij een derde toegang had gegeven.

Gezien deze omstandigheden is het niet uitgesloten dat de bodemrechter de huurovereenkomst niet zal ontbinden. Daarom wordt de vordering tot ontruiming afgewezen. Tiwos wordt veroordeeld in de proceskosten van de bewindvoerder, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en mogelijke belangenafweging in het voordeel van de huurder.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11194334 \ VV EXPL 24-62
Vonnis in kort geding van 6 september 2024
in de zaak van
Stichting Tiwos, Tilburgse Woonstichting,
gevestigd in Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Tiwos,
gemachtigde: mr. C.J.P. Schellekens, advocaat in Tilburg,
tegen
[gedaagde]h.o.d.n.
[bewindvoerder], zaakdoende in [plaats 1] , in de hoedanigheid van bewindvoerder van
mevrouw [rechthebbende],
wonende in [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder en [rechthebbende] ,
gemachtigde: mr. I.A.C. Cools, advocaat in Tilburg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 9 producties;
- de e-mail namens mr. Schellekens van 21 augustus 2024 met aanvullende productie 10;
- de e-mail van mr. Cools van 26 augustus 2024 met 7 producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 27 augustus 2024, waarbij mr. Cools een conclusie van antwoord heeft overgelegd.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[rechthebbende] is sinds 15 oktober 2015 onder bewind gesteld van de bewindvoerder.
2.2.
Sinds 15 juni 2020 huurt [rechthebbende] van Tiwos de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). [rechthebbende] woont daar samen met haar zoon [naam 1] van 17 jaar.
2.3.
Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is onder meer vermeld dat het niet is toegestaan om activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.
2.4.
Op 28 maart 2024 heeft de politie vier tassen met harddrugs (239,81 gram cocaïne, 4799,63 gram amfetamine en 2789 opiaten/MDMA-pillen) aangetroffen in het gehuurde.
2.5.
Partijen zijn op 15 juli 2024 door de Gemeente Tilburg geïnformeerd over het voornemen van de burgemeester om het gehuurde voor zes maanden te sluiten. [rechthebbende] en haar ouders hebben de burgemeester laten weten dat, en waarom, zij het niet eens zijn met dat voornemen. Ten tijde van de zitting was nog geen besluit van de burgemeester tot sluiting van de woning bekend.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Tiwos vordert – samengevat – ontruiming van het gehuurde, met veroordeling van [rechthebbende] in de proceskosten.
3.2.
[rechthebbende] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Tiwos in haar vorderingen, althans deze af te wijzen, met veroordeling van Tiwos in de proceskosten. In geval van toewijzing van de gevorderde ontruiming vraagt [rechthebbende] de ontruimingstermijn te bepalen op ten minste 60 dagen na betekening van het te wijzen vonnis.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna (in onderdeel 4, De beoordeling), voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tiwos vordert in deze procedure ontruiming van de woning die [rechthebbende] huurt.
Toetsingskader
4.2.
Toewijzing in kort geding van een vordering tot ontruiming van een woning is een ingrijpende maatregel, die diep ingrijpt in het woonrecht van de huurder en die in de praktijk vaak tot praktisch onomkeerbare gevolgen zal leiden. Een vordering tot ontruiming van een woning in kort geding kan daarom in beginsel slechts worden uitgesproken als voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter, als het geschil in een bodemprocedure wordt voorgelegd, de huurovereenkomst zal ontbinden en de huurder tot ontruiming zal veroordelen. Bovendien moet de verhuurder een spoedeisend belang hebben bij de ontruiming, waardoor het voor de verhuurder bezwaarlijk is om de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten [1] .
Spoedeisend belang
4.3.
Naar de kantonrechter begrijpt stelt Tiwos dat het voor haar bezwaarlijk is om de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten vanwege de aangetroffen hoeveelheid drugs en omdat de woning voor zes maanden gesloten gaat worden door de burgemeester.
4.4.
Voor de vraag of een verhuurder een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming vindt de kantonrechter de in de woning aangetroffen hoeveelheid drugs niet doorslaggevend. Naar het oordeel van de kantonrechter moet sprake zijn van bijkomende omstandigheden om die spoedeisendheid te rechtvaardigen. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn het voortduren van overlast of de vrees dat de woning gebruikt blijft worden voor drugshandel. Daarvan is hier niet gebleken.
4.5.
Of de woning inderdaad gesloten gaat worden, is de vraag nu dat besluit in ieder geval ten tijde van de zitting nog niet door de burgemeester is genomen.
4.6.
De conclusie is dat Tiwos een onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de vordering tot ontruiming zodat die vordering alleen al daarom moet worden afgewezen.
Inhoudelijke beoordeling
4.7.
Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat niet uit te sluiten is dat de bodemrechter bij de afweging van belangen in het voordeel van [rechthebbende] zal beslissen en van oordeel zal zijn dat de tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen in dit (bijzondere) geval niet rechtvaardigt. Ook daarom moet de gevorderde ontruiming in kort geding worden afgewezen. Dit wordt als volgt nader gemotiveerd.
4.8.
Hoewel de tekortkoming ernstig is, is het vanwege de psychische problematiek van [rechthebbende] maar de vraag in hoeverre zij zich realiseerde dat zij in strijd handelde met de huurovereenkomst. [rechthebbende] kampt onder meer met een hersenaanhouding en is, zo verklaren zowel mevrouw [naam 2] (ambulant begeleidster bij [stichting] ) als de heer [naam 3] (reclasseringswerker bij Novadic-Kentron), een bijzonder kwetsbaar persoon.
In zoverre is het de vraag of en in hoeverre haar een (ernstig) verwijt te maken valt.
4.8.1
De gemachtigde van [rechthebbende] heeft in dat verband, samengevat, het volgende naar voren gebracht. In maart 2024 heeft een kennis van [rechthebbende] aan haar verzocht om tijdelijk spullen in haar woning te mogen plaatsen. Hierbij heeft zij de sleutel van haar woning en de sleutel van de desbetreffende slaapkamer aan deze persoon overhandigd, waarna hij gebruik kon maken van de slaapkamer aan de rechterzijde van de hal. Daarbij had deze persoon tegen [rechthebbende] gezegd dat het maar voor korte tijd was, omdat hij per 1 april 2024 een zelfstandige woning zou krijgen. De sleutel had [rechthebbende]
afgegeven, daar zij nooit het verwijt wilde krijgen dat er spullen zouden zijn
verdwenen. Op 28 maart 2024 is de politie naar aanleiding van een onderzoek de woning
van [rechthebbende] binnengetreden en heeft zij tot grote verbazing van [rechthebbende]
mogelijk verdovende middelen aangetroffen in de slaapkamer die zij ter beschikking had
gesteld aan de kennis.
Op de zitting heeft [rechthebbende] zelf verklaard dat zij [naam 4] – de man die de spullen bij haar heeft neergezet – wel eens sprak in het ziekenhuis en bij de benzinepomp en dat hij dan altijd vroeg hoe het met haar ging. Dit wekte bij [rechthebbende] medeleven met hem op. Naar het oordeel van de kantonrechter is het is op zijn zachtst gezegd niet handig dat
[rechthebbende] aan iemand die zij nauwelijks kende heeft toegestaan om spullen bij haar neer te zetten zonder zij wist om welke spullen het precies ging. Op de zitting leek zij dat nu zelf ook in te zien. Maar zonder nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent, valt niet uit te sluiten dat [rechthebbende] door deze [naam 4] op het verkeerde been is gezet, zonder dat haar daarvan in haar situatie een (ernstig) verwijt valt te maken.
4.8.2
Verder is volgens eerdergenoemde hulpverleners het risico op een terugval groot indien [rechthebbende] haar woning kwijtraakt. Ook is niet gesteld of gebleken dat
[rechthebbende] overlast heeft veroorzaakt.
4.9.
Bovenstaande omstandigheden vergen naar het oordeel van de kantonrechter een zorgvuldige belangenafweging in een bodemprocedure, mede gelet op de ingrijpende gevolgen voor [rechthebbende] en haar zoon van een ontruiming in kort geding.
Proceskosten
4.10.
Tiwos zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de bewindvoerder. Die kosten worden vastgesteld op € 543,- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde. De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat [rechthebbende] daarom heeft verzocht.

5.De beslissing

De kantonrechter, recht doende in kort geding:
5.1.
wijst de vorderingen van Tiwos af;
5.2.
veroordeelt Tiwos in de proceskosten van de bewindvoerder, vastgesteld op € 543,-;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken op 6 september 2024.