ECLI:NL:RBZWB:2024:6273
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve herziening aanslagen inkomstenbelasting en boete wegens niet tijdig aangifte
Belanghebbende, voormalig beherend vennoot van een onderneming die in 2015 failliet werd verklaard, heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2015 en 2016. De inspecteur had voor 2015 geen verlies uit werk en woning vastgesteld en dit verlies niet verrekend met de aanslag van 2016. Tevens was een verzuimboete opgelegd wegens het niet indienen van de aangifte.
De rechtbank oordeelt dat de aanslagen juist zijn vastgesteld. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aanslagen te hoog zijn, mede doordat hij geen volledige en juiste jaarstukken heeft overlegd en de meerwaarde van een pand en vrijval van een herinvesteringsreserve niet correct in zijn verliesberekening zijn meegenomen. De inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt op basis van ingediende omzetbelastingaangiften en bankgegevens.
De boete wegens het niet tijdig indienen van de aangifte is terecht en passend opgelegd. Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht wordt afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de aanslagen, boete en belastingrente in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de aanslagen, boete en belastingrente.