De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 september 2024 een nadere beschikking gegeven over de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige was reeds onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanaf 28 augustus 2024. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht verlenging van deze maatregelen tot 28 november 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 september 2024 werden de ouders gehoord. De moeder uitte haar zorgen over de uithuisplaatsing en stelde dat ambulante hulp volstaat, terwijl de vader zijn spijt betuigde over het verleden en pleitte voor terugkeer van de minderjarige naar huis. De gecertificeerde instelling rapporteerde positieve ontwikkeling van de minderjarige in het pleeggezin en bevestigde het belang van de maatregelen.
De kinderrechter concludeerde dat de situatie van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door de emotionele en fysieke onveiligheid thuis, mede door huiselijk geweld en problematisch gedrag van de moeder. De wettelijke criteria voor voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld. De beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wordt daarom verlengd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.