Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
wonende te [woonadres],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.B.M. Poppelaars, baronielaan 95, 4818 PC Breda
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker, verdacht van overtreding van de Opiumwet en witwassen, verzocht de rechtbank om de strafzaak tegen hem te beëindigen wegens langdurige inactiviteit van het Openbaar Ministerie. Hij betwistte de feiten en wees op het ontbreken van onderzoekshandelingen gedurende anderhalf jaar, evenals het niet reageren op een sepotverzoek. Tevens werd het beslag op een geldbedrag van €1.960,00 genoemd als zwaarwegend persoonlijk belang.
De officier van justitie stelde dat het onderzoek niet geheel stil lag, met een eindproces-verbaal van november 2022 en een beslissing tot dagvaarding in augustus 2023. De vertraging in het plannen van de zitting werd toegeschreven aan zittingscapaciteit. De rechtbank oordeelde dat, ondanks de inactiviteit, er geen redelijke verwachting kon ontstaan dat strafvervolging niet zou worden voortgezet.
Daarom werd het verzoek tot beëindiging van de strafzaak afgewezen. De beslissing werd genomen door rechter R.J.H. de Brouwer op 10 september 2024 en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen wegens onvoldoende gronden voor het niet voortzetten van de vervolging.