ECLI:NL:RBZWB:2024:6307

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 september 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
24-006706
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

Op 11 maart 2024 diende verzoeker een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na sepot van de strafzaak op 15 december 2023. Verzoeker maakte kosten van €3.429,19 en vroeg daarnaast een forfaitaire vergoeding van €680,00 voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift.

De raadkamer hield op 27 augustus 2024 een behandeling waarbij de gemachtigde van verzoeker werd gehoord. De officier van justitie stelde dat de gevraagde kosten gematigd moesten worden vanwege de eenvoud van de zaak en het relatief kleine dossier. Ook werd het reiskostenbedrag aangepast naar het wettelijke tarief van €0,28 per kilometer.

De rechtbank oordeelde dat de kosten voldoende waren onderbouwd en dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren om de vergoeding toe te kennen. De totale vergoeding werd vastgesteld op €4.100,91, bestaande uit €3.420,91 aan kosten rechtsbijstand en €680,00 forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift. Het verzoek werd verder afgewezen. De beslissing werd op 10 september 2024 uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na sepot wordt toegewezen voor een bedrag van €4.100,91.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/331218-23
rk-nummer: 24-006706
Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv Pro van:
[verzoeker]geboren op [geboortedag] 1968,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. J. van Wijk, Hoogstraat 122, 5600 AA Eindhoven

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 11 maart 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 3.429,19, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 15 december 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 27 augustus 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. J.A.R. van de Velde als gemachtigd, waarnemend advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat hij, bij schrijven van de officier van justitie d.d. 15 december 2023, is geseponeerd van enige verdere strafrechtelijke vervolging. Verzoeker heeft de nodige kosten van rechtsbijstand gemaakt aangaande de strafrechtelijke verdenking en wenst deze vergoed te zien. De totale kosten bedragen € 3.429,19. Daarnaast vraagt verzoeker de forfaitaire vergoeding aangaande het opstellen, indienen en behandelen van onderhavig verzoekschrift in raadkamer ter hoogte van € 680,00. In raadkamer heeft de gemachtigde, waarnemend advocaat van verzoeker, de bijzondere omstandigheden en daarbij behorende werkzaamheden nader onderbouwd. Voorts is verzocht de gevorderde reiskosten zoals gefactureerd te verlagen naar het bedrag van € 32,91 (€ 0,28 per km.).
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde kosten van rechtsbijstand sterk gematigd dienen te worden. Er is zeer veel tijd besteed aan dossier studie en bijkomende werkzaamheden aan een eenvoudige strafzaak met een dossier van niet meer dan 55 pagina’s. Gelet hierop staan de gevraagde kosten niet in verhouding met de verrichte werkzaamheden in een, op het oog, eenvoudige strafzaak. Van bijzondere omstandigheden lijkt geen sprake en de officier van justitie is dan ook van mening dat de gevraagde vergoeding, naar billijkheid gehalveerd dient te worden. Voorts is de advocaat bij de berekende reiskosten uitgegaan van een km-tarief van € 0,37 terwijl de wettelijke vergoeding vastgesteld is op € 0,28 per km.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 3.420,91is in raadkamer voldoende mate onderbouwd gelet op de aangedragen bijzondere omstandigheden die bij deze strafzaak zijn komen kijken en komt de rechtbank aldus billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. De rechtbank houdt in het verzochte bedrag rekening met de verzochte reiskosten die vastgesteld zijn op € 32,91.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 4.100,91, bestaande uit:
- € 3.420,91 aan kosten van rechtsbijstand en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 4.100,91zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden, De Rooij Van Wijk Advocaten te Eindhoven onder vermelding van “[kenmerk]”.
Deze beslissing is op 10 september 2024 genomen door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 september 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.