Betrokkene is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag, waarbij zijn voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) volledig werd herroepen. Het openbaar ministerie vorderde volledige herroeping van de v.i. wegens overtreding van bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod, meldplicht, drugsverbod, ambulante behandelverplichting en deelname aan gedragsinterventies.
Tijdens de zitting van 5 september 2024 werd vastgesteld dat betrokkene herhaaldelijk weigerde mee te werken aan verdiepingsdiagnostiek, waardoor noodzakelijke interventies zoals de CoVa-training en delictanalyse niet konden plaatsvinden. Zowel de reclassering als de directeur van de PI adviseerden tot herroeping van de v.i. vanwege het gebrek aan medewerking.
De rechtbank oordeelt dat de bijzondere voorwaarden ook tijdens de schorsing van de proeftijd gelden en dat betrokkene deze heeft overtreden. Hoewel de vordering tot volledige herroeping in beginsel toewijsbaar is, krijgt betrokkene een laatste kans om alsnog mee te werken. Daarom wordt de herroeping slechts gedeeltelijk toegewezen voor een periode van 180 dagen, waarna betrokkene zijn houding moet verbeteren.